- In het kort
- Introductie
- Inhoudsopgave
- 1. Wat is tarsaal tunnel syndroom?
- 2. Welke klachten passen en hoe wordt de diagnose gesteld?
- 3. Hoe kan tarsaal tunnel syndroom ontstaan?
- 4. Gaat tarsaal tunnel syndroom vanzelf over?
- 5. Welke behandelingen en praktische aanpassingen zijn mogelijk?
- 6. Wat als klachten niet goed bij tarsaal tunnel syndroom passen of na behandeling blijven?
- 7. Komt tarsaal tunnel syndroom door werk of overbelasting?
- 8. Wanneer wijzen TTS-achtige klachten op een ontregeld zenuwstelsel?
- 9. Wat is de verstandigste volgende stap?
- 10. Veelgestelde vragen over tarsaal tunnel syndroom
- 11. Bronnen

Alles over tarsaal tunnel syndroom- behandeling
In het kort
- Bij tarsaal tunnel syndroom raakt een zenuw aan de binnenkant van de enkel bekneld of geïrriteerd. Dat kan brandende pijn, tintelingen, een doof gevoel en soms minder kracht in de voet geven. De pijn kan vanuit de enkel uitstralen naar de kuit, hiel, voet of tenen en kan toenemen bij staan of lopen.
- Mogelijke oorzaken voor de klachten: hernia, stenose,, artrose, zenuwbeknelling, overbelasting, ernstige ziekten, botbreuk, blessure, stress en een ontregeld zenuwstelsel (TMS).
- Een arts beoordeelt waar je klachten zitten, hoe ze verlopen en of gevoel en spierkracht veranderen. Zo nodig volgen zenuwgeleidingsonderzoek, een naald-EMG, echo of MRI. Die onderzoeken beantwoorden verschillende vragen: één normale of afwijkende uitslag geeft niet het volledige antwoord.
- Laat toenemend krachtsverlies, blijvend minder gevoel of dunner wordende voetspieren medisch beoordelen. Minder goed kunnen lopen door pijn is niet hetzelfde als gemeten spierzwakte. Bij duidelijke achteruitgang van gevoel of kracht wacht je niet op het effect van oefeningen of een pijnprogramma.
- Welke behandeling past, hangt af van hoe goed het zenuwprobleem je klachten verklaart en of gevoel of kracht achteruitgaan. Bij milde, stabiele klachten kunnen bijvoorbeeld aanpassingen aan schoenen, steunzolen of fysiotherapie worden besproken. Bij aanhoudende beperkingen of duidelijke uitval kan een operatie passend zijn. Er is geen vaste hersteltijd voor iedereen.
- Blijven klachten na behandeling bestaan, dan is opnieuw beoordelen belangrijk. Is er nog druk op de zenuw, hoe goed werkt die zenuw en welke klachten zijn wel of niet veranderd? Ook andere zenuwproblemen, pezen en triggerpoints/spierknopen kunnen klachten rond de voet geven. De plaats van de pijn vertelt niet altijd waar de oorzaak zit.
- Past het klachtenpatroon niet goed bij tarsaal tunnel syndroom of blijven klachten ondanks een passende behandeling bestaan, dan is het belangrijk om verder te kijken. Wisselen de klachten sterk in intensiteit of veranderen ze duidelijk onder invloed van stress, ontspanning of afleiding? Dan kan een ontregeld zenuwstelsel een belangrijke rol spelen. De gratis pijntest hieronder geeft een eerste indicatie of daar bij jouw klachten sprake van kan zijn.
Belangrijk om te weten
Een ontregeld zenuwstelsel is meestal niet zichtbaar bij regulier medisch onderzoek. Daardoor kan het als mogelijke verklaring voor aanhoudende klachten over het hoofd worden gezien.
Gratis Tarsaal tunnel syndroom test
Bij langdurige of moeilijk verklaarbare klachten kan een ontregeld zenuwstelsel een aanvullende of zelfs de belangrijkste oorzaak zijn.
Wil je weten of dit bij jouw klachten een rol kan spelen? De gratis test brengt in kaart of je positieve aanwijzingen herkent die daarbij passen, zoals sterk wisselende klachten of klachten die duidelijk veranderen onder invloed van stress, ontspanning of afleiding.
Binnen enkele minuten krijg je een eerste indicatie van de mate waarin een ontregeld zenuwstelsel bij jouw klachten meespeelt en of het zinvol is om deze mogelijke oorzaak gericht te behandelen.
Introductie
Brandende voetzolen, tintelende tenen of pijn bij staan en lopen kunnen je dagelijks leven flink beperken. Misschien heb je daarvoor de diagnose tarsaal tunnel syndroom gekregen, steunzolen geprobeerd of denk je aan een operatie. Dan wil je weten wat er aan de hand is, welke behandeling kan helpen en wat je nog veilig kunt doen.
Bij tarsaal tunnel syndroom kunnen pijn, tintelingen en minder gevoel passen bij een probleem van de zenuw aan de binnenkant van de enkel. Zulke klachten betekenen niet automatisch dat de zenuw ernstig beschadigd is. Neemt het gevoel blijvend af of worden bepaalde voet- of teenspieren duidelijk zwakker, dan moet een arts juist beoordelen hoe goed de zenuw nog werkt.
Passen je klachten maar gedeeltelijk bij tarsaal tunnel syndroom of blijven ze ondanks een passende behandeling bestaan? Dan is het verstandig om breder te kijken. Zijn er ook positieve aanwijzingen, zoals duidelijke invloed van stress, ontspanning of afleiding, dan kan een ontregeld zenuwstelsel een belangrijke of zelfs de hoofdrol spelen.
Omdat een ontregeld zenuwstelsel meestal niet zichtbaar is bij regulier medisch onderzoek, kan het als mogelijke verklaring voor de klachten over het hoofd worden gezien.
Het behandelprogramma van BreinMedicijn richt zich op klachten die door een ontregeld zenuwstelsel worden veroorzaakt of in stand gehouden. In dit artikel lees je welke klachten bij tarsaal tunnel syndroom passen, hoe TTS wordt onderzocht, welke behandelingen mogelijk zijn en wanneer verder kijken zinvol is.
Inhoudsopgave
1. Wat is tarsaal tunnel syndroom?
Tarsaal tunnel syndroom, afgekort TTS, is een probleem van de zenuw die langs de binnenkant van de enkel naar de voetzool loopt. Door druk of irritatie kan die zenuw signalen minder goed doorgeven.
Dat kan tintelingen, brandende pijn, minder gevoel of spierzwakte veroorzaken. In de patiënteninformatie van Johns Hopkins wordt de nauwe ruimte rond deze zenuw beschreven als de tarsale tunnel.
De termen tarsaal tunnelsyndroom en tarsale tunnel syndroom worden voor hetzelfde probleem gebruikt. Hieronder gaat het om de tunnel aan de binnenkant van de enkel. Andere zenuwproblemen in de voet zijn niet automatisch hetzelfde.
1.1 Waar liggen de tarsale tunnel en de voetzenuw?
Voel je het botuitsteeksel aan de binnenkant van je enkel? De zenuw loopt daarachter en iets eronder door een doorgang van bot en een stevige bindweefselband. In diezelfde ruimte liggen ook pezen en bloedvaten.
De medische naam van de zenuw is nervus tibialis. Verderop vertakt zij zich richting de voetzool en tenen. De takken geven gevoelsinformatie door en sturen verschillende kleine voetspieren aan.
Je gebruikt die spieren bijvoorbeeld bij bewegingen van je tenen en het ondersteunen van je voet tijdens het staan en lopen. Minder kracht kan daardoor iets anders betekenen dan alleen een pijnlijke stap.
De gezondheidsinformatie van MedlinePlus, van de Amerikaanse medische bibliotheek, beschrijft daarom zowel gevoelsklachten als spierzwakte bij dit zenuwprobleem. Een arts kijkt naar beide.

De zenuw loopt achter de binnenenkel en vertakt naar de voetzool en tenen. Druk op deze plek kan gevolgen hebben verderop in de voet.
Die ligging verklaart waarom de pijn niet precies boven de tunnel hoeft te zitten. Je kunt klachten voelen in een gebied waarvoor een zenuwtak het gevoel verzorgt.
1.2 Niet ieder zenuwprobleem in de voet is hetzelfde
De plek van een zenuwprobleem maakt uit. De uitleg voor revalidatieartsen van de Amerikaanse beroepsvereniging AAPM&R onderscheidt meerdere zenuwen en beknellingen rond de voet.
Een probleem van een kleine zenuwtak verder onder de voet is verwant, maar niet altijd hetzelfde als druk in de tunnel bij de binnenenkel. Bij een anterieur tarsaal tunnelsyndroom zit het probleem aan de voorkant van de enkel en gaat het om een andere zenuw.
Ook sinus tarsi syndroom is iets anders. De sinus tarsi is een ruimte aan de buitenkant van de enkel. De overeenkomst in de naam betekent dus niet dat dezelfde zenuw of behandeling betrokken is.
Vraag bij een diagnose daarom gerust: welke zenuw, op welke plek, zou mijn klachten verklaren? Dat maakt een gesprek over onderzoek of behandeling veel duidelijker dan alleen de naam van het syndroom.
2. Welke klachten passen en hoe wordt de diagnose gesteld?
Een tintelende voet is niet genoeg om TTS vast te stellen. Het gaat om de combinatie van wat je merkt, waar je het merkt, hoe het verloopt en wat een arts bij onderzoek vindt.
Dat combineren is bij TTS extra belangrijk. Een systematisch onderzoek van Boers en collega’s, onder meer verbonden aan het UMC Utrecht, bekeek 82 studies met samen 4.213 patiënten. De studies gebruikten verschillende manieren om de diagnose vast te stellen.
Er is dus niet één doorslaggevende test waarmee iedere arts onder alle omstandigheden hetzelfde antwoord krijgt. Dat maakt onderzoek niet zinloos: de bevindingen moeten juist zorgvuldig naast elkaar worden gelegd.
2.1 Welke klachten passen bij tarsaal tunnel syndroom?
In de patiënteninformatie van Johns Hopkins worden pijn, tintelingen en gevoelsveranderingen rond de voet beschreven. Klachten die bij de zenuw aan de binnenkant van de enkel kunnen passen, zijn:
- Tintelingen, prikken of een brandend gevoel in de voetzool en tenen.
- Minder gevoel of een doof gebied onder de voet.
- Pijn rond de binnenenkel, hiel of voetboog, eventueel met uitstraling naar de tenen.
- Minder kracht in bepaalde voet- of teenbewegingen, bijvoorbeeld moeite met de tenen spreiden of buigen, wanneer de zenuw de kleine voetspieren minder goed aanstuurt.
- Meer klachten bij lang staan of lopen.
- Nachtelijke tintelingen of pijn, of klachten tijdens rust. Ook dit kan bij een lokaal zenuwprobleem voorkomen.
Rustklachten sluiten TTS dus niet uit. In het onderzoek van de neurologische onderzoeksgroep uit Jena bij 26 voeten met klinisch én met zenuwmetingen bevestigd TTS kwamen zulke klachten ook voor.
Moeite met lopen is niet hetzelfde als gemeten krachtverlies. Je kunt een beweging vermijden omdat zij pijn doet, terwijl de spier nog voldoende kracht kan leveren. Andersom kun je blijvend kracht verliezen zonder dat de pijn evenredig toeneemt.

Mogelijke klachtgebieden liggen rond de binnenenkel, voetzool en tenen. Een passend gebied is één aanwijzing; een arts beoordeelt ook gevoel, kracht en het verloop.
Niet iedereen heeft al deze klachten. Hoe ernstig het zenuwprobleem is, hangt vooral samen met veranderingen in gevoel, kracht en functioneren, niet met het aantal herkenbare symptomen.
2.2 Welke klachten vragen om een andere of bredere verklaring?
Deze kenmerken sluiten TTS niet uit, maar vragen om een andere of aanvullende verklaring voor het volledige klachtenbeeld:
- Klachten die vooral op de bovenkant van de voet zitten, zonder duidelijke klachten in de voetzool.
- Pijn die voornamelijk rond de buitenenkel zit en beter lijkt te passen bij een andere plaatselijke klacht.
- Uitstraling vanuit de rug of door een groter deel van het been, waarbij een probleem hoger langs de zenuwen kan meespelen.
- Klachten op meerdere, wisselende lichaamsplekken die niet door één zenuw bij de enkel worden verklaard.
- Een breed, ongeveer gelijk verdeeld gevoelsverlies aan beide voeten. Daarbij kan een arts onderzoeken of meerdere zenuwen betrokken zijn. Alleen tweezijdige klachten bewijzen dat niet.
- Sterke wisselingen door spanning, ontspanning of afleiding, terwijl de voet ongeveer hetzelfde wordt gebruikt. Dat kan aanleiding zijn om ook de rol van het zenuwstelsel te beoordelen.
Dit zijn redenen om verder te kijken, geen uitsluitende thuistest. Uitstraling en anatomische variatie kunnen het beeld ingewikkelder maken. Ook kunnen twee problemen tegelijk bestaan.
Artsen Clarke, Schechter en Schubiner bespreken die beoordeling in A Diagnostic Guide for Psychophysiologic Disorders. Zij erkennen echte zenuwcompressie, maar waarschuwen ook dat onvoldoende specifieke voetpijn soms te gemakkelijk het TTS-label krijgt. Hun aanvullende verklaring vraagt om passende aanwijzingen, niet alleen een ongebruikelijke pijnplek.
2.3 Wanneer moet je klachten medisch laten beoordelen?
Neem contact op met je huisarts bij aanhoudend of toenemend gevoelsverlies of krachtsverlies. Dat geldt ook wanneer dagelijkse handelingen duidelijk moeilijker worden doordat voet- of teenspieren minder kracht leveren.
Met milde, stabiele klachten bedoelen we hier dat het gevoel en de kracht niet duidelijk achteruitgaan. Ernstiger is bijvoorbeeld dat een gebied blijvend doof wordt, bepaalde spieren dunner worden of je de voet steeds minder goed kunt gebruiken.
De pijnscore alleen maakt dat onderscheid niet. Een pijnlijke voet kan nog goed functioneren; een beschadigde zenuw kan juist minder gevoel geven. De patiënteninformatie van MedlinePlus noemt blijvend gevoelsverlies en spierzwakte daarom als mogelijke gevolgen waarop moet worden gelet.
Sommige nieuwe klachten vragen direct medische hulp en passen niet bij afwachten op TTS-zelfzorg.
Een plotseling koude of bleke voet, ernstige klachten na een ongeval of een rode, hete, gezwollen voet met ziek zijn verdienen snelle beoordeling. Bel direct je huisarts of huisartsen-spoedpost. De voetinformatie van NHS Inform noemt zulke veranderingen als redenen om dringend hulp te zoeken.
Een nieuwe dikke, warme en pijnlijke kuit kan bijvoorbeeld bij een trombosebeen passen. Thuisarts, de patiëntenwebsite van huisartsen, adviseert bij verdenking daarop direct te bellen.
Kun je plotseling niet meer plassen of je plas of ontlasting niet meer ophouden, heb je minder gevoel rond het kruis of opeens minder kracht in een been? Bel dan eveneens direct. De Thuisarts-informatie over een rughernia noemt dit als signalen voor een urgente beoordeling van zenuwen in de rug.
Wacht bij zulke veranderingen niet af of een oefening, massage of pijnprogramma helpt.
2.4 Wat onderzoekt de arts?
Een arts onderzoekt zowel het gevoel als de kracht in het gebied van de betrokken zenuw. Dat kan bestaan uit het vergelijken van het gevoel onder beide voeten, het testen van teenbewegingen tegen weerstand en het bekijken van de kleine voetspieren.
De uitleg voor revalidatieartsen van AAPM&R beschrijft onder meer het testen van het buigen en spreiden van de tenen. Welke spieren de arts onderzoekt, hangt af van de plek van de klachten.
Zo wordt ook gekeken of het patroon beter past bij een probleem van de zenuw in de tarsale tunnel, een afzonderlijke zenuwtak in de voet, een zenuw hoger in het been of een zenuw vanuit de rug.
Het gaat daarbij niet alleen om waar het pijn doet. Veranderingen in gevoel en daadwerkelijke spierkracht geven andere informatie dan pijn bij een beweging.
2.5 Wat zeggen de Tinel-test en dorsiflexie-eversietest?
Bij provocatietests probeert de arts herkenbare klachten op te roepen. Zo'n reactie kan de verdenking op TTS ondersteunen, maar bewijst niet zelfstandig dat de zenuw beschadigd of bekneld is.
Tinel-test: tikken op de zenuw
Wat onderzoekt het?
De arts tikt bij de zenuw achter de binnenenkel en kijkt of daardoor herkenbare tintelingen richting de voetzool of tenen ontstaan.
Wat betekent een negatieve test?
Er ontstaan geen herkenbare tintelingen. Dat geeft op dat moment geen extra steun voor plaatselijke prikkeling van de zenuw, maar sluit TTS niet automatisch uit.
Wat betekent een positieve test?
Het tikken roept de bekende tintelingen richting voetzool of tenen op. Dat past bij prikkeling van de zenuw in dit gebied en kan de verdenking op TTS ondersteunen. Alleen pijn of gevoeligheid op de plek waar wordt getikt is niet hetzelfde.
Dorsiflexie-eversietest: voet en tenen in een bepaalde stand
Wat onderzoekt het?
De arts beweegt de voet omhoog en naar buiten en brengt de tenen omhoog. Daardoor verandert de rek en druk rond de zenuw. De Japanse orthopedische onderzoeksgroep rond Kinoshita onderzocht deze test bij geselecteerde operatiepatiënten en gezonde vrijwilligers.
Wat betekent een negatieve test?
De houding roept de herkenbare klachten niet op. Daarmee is TTS niet uitgesloten. De uitslag wordt samen met het gevoel, de kracht en de overige onderzoeksbevindingen beoordeeld.
Wat betekent een positieve test?
De houding roept de bekende klachten in het passende gebied op. Dat kan de verdenking op TTS ondersteunen, maar bewijst niet waardoor de klachten zijn ontstaan en toont op zichzelf geen zenuwschade aan.
Een provocatietest is bedoeld als onderdeel van medisch onderzoek. Herhaal deze tests niet steeds zelf als dagelijkse oefening.
2.6 Wat zeggen zenuwonderzoek, echo en MRI?
Aanvullend onderzoek wordt gekozen op basis van de vraag die nog openstaat. Wat onderzoekt een zenuwmeting, en wat laat een echo of MRI zien? Hieronder lees je per onderzoek wat de uitslag kan betekenen.
Zenuwgeleidingsonderzoek
Wat onderzoekt het?
Met kleine elektrische prikkels wordt gemeten hoe signalen door de onderzochte zenuw lopen. Een afwijking kan helpen bepalen of de zenuw minder goed werkt en waar het probleem ongeveer zit.
Wat betekent een normale uitslag?
Er zijn bij deze meting geen duidelijke afwijkingen gevonden. Dat sluit TTS niet automatisch uit. Een bewijsbeoordeling van de Amerikaanse beroepsvereniging voor zenuw- en spieronderzoek concludeerde dat het beschikbare onderzoek te beperkt was om betrouwbaar vast te stellen hoe vaak zenuwgeleidingsonderzoek TTS wel of niet herkent.
Wat betekent een afwijkende uitslag?
Een afwijking kan de diagnose ondersteunen wanneer die past bij de klachten, het gevoelsgebied en het lichamelijk onderzoek. De uitslag bewijst niet op zichzelf dat TTS alle klachten veroorzaakt.

Naald-EMG
Wat onderzoekt het?
Een naald-EMG meet de elektrische activiteit in geselecteerde spieren. Daarmee kan de arts onderzoeken of een zenuw die spieren nog goed aanstuurt. In de praktijk wordt de naam EMG soms gebruikt voor het hele elektrische onderzoek, inclusief zenuwgeleidingsonderzoek.
Wat betekent een normale uitslag?
In de onderzochte spieren zijn geen duidelijke afwijkingen gevonden. Dat sluit TTS niet automatisch uit en verklaart ook niet op zichzelf waar de pijn vandaan komt. De arts beoordeelt de uitslag samen met het gevoelsgebied, de spierkracht en het zenuwgeleidingsonderzoek.
Wat betekent een afwijkende uitslag?
Een afwijking kan erop wijzen dat een zenuw bepaalde spieren minder goed aanstuurt. Welke spieren afwijkend zijn, helpt de arts beoordelen welke zenuw of zenuwtak betrokken kan zijn en op welke plek het probleem mogelijk zit. De uitslag moet daarom passen bij je klachten en het overige onderzoek.
Echo
Wat onderzoekt het?
Een echo brengt de zenuw en omliggende structuren in beeld. In een echografisch onderzoek van radioloog Fantino bij mensen met verdenking op TTS werd bijvoorbeeld gekeken naar plaatselijke afwijkingen rond de zenuw, pezen en bloedvaten.
Wat betekent een normale uitslag?
Er is op de onderzochte plek geen duidelijke afwijking zichtbaar. Dat sluit TTS niet automatisch uit. In een kleine studie bij 26 voeten met klinisch én met zenuwmetingen bevestigd TTS was bij een deel geen duidelijke afwijking op de echo te zien.
Wat betekent een afwijkende uitslag?
Een passende afwijking kan helpen verklaren waarom er op een bepaalde plek druk op de zenuw ontstaat en kan de behandelkeuze ondersteunen. De bevinding moet wel passen bij de klachten, het gevoelsgebied en het overige onderzoek.
MRI
Wat onderzoekt het?
Een MRI laat de zenuw en omliggende weefsels gedetailleerd zien. De arts kan daarmee bijvoorbeeld zoeken naar een cyste, zwelling of andere plaatselijke afwijking die op de zenuw drukt. Een Japanse MRI-studie bij geselecteerde operatiepatiënten liet zien dat een MRI niet ieder detail van de beknelling zichtbaar maakt.
Wat betekent een normale uitslag?
Er is op de MRI geen duidelijke afwijking gevonden die de klachten verklaart. Dat sluit TTS niet automatisch uit. De arts beoordeelt de scan daarom samen met je klachten en het lichamelijk onderzoek.
Wat betekent een afwijkende uitslag?
Een cyste of andere passende afwijking kan ondersteunen dat er plaatselijk druk op de zenuw ontstaat en kan helpen bij de behandelkeuze. De bevinding moet wel passen bij de plek van je klachten, het soort klachten en de betrokken zenuw. Een zichtbare afwijking is niet automatisch de oorzaak van alle pijn.
2.7 Hoe sterk zijn de aanwijzingen dat tarsaal tunnel syndroom je klachten verklaart?
De vijf situaties hieronder laten zien hoe sterk tarsaal tunnel syndroom als verklaring voor je klachten wordt ondersteund. Daarbij worden de plaats en het soort klachten, gevoel en kracht, provocatietests en eventueel aanvullend onderzoek samen beoordeeld.
Deze indeling is een praktische uitleg, geen medische puntentest. Hoe goed TTS je klachten verklaart en hoe goed de zenuw nog werkt, zijn bovendien twee verschillende vragen. Ook relatief milde klachten kunnen duidelijk bij de zenuw in de tarsale tunnel passen.
Zeer sterke aanwijzingen
Wat zie je?
- De klachten zitten vooral in het herkenbare gebied van TTS: rond de binnenenkel, voetzool, hiel, voetboog of tenen.
- Bij lichamelijk onderzoek vindt de arts passende veranderingen, bijvoorbeeld minder gevoel onder de voet of minder kracht bij bepaalde teenbewegingen, zoals buigen of spreiden.
- Een Tinel-test of dorsiflexie-eversietest kan de bekende tintelingen of pijn in hetzelfde gebied oproepen.
- Zenuwgeleidingsonderzoek, naald-EMG, echo of MRI ondersteunt, wanneer dat onderzoek nodig is en afwijkend is, dat hetzelfde zenuwgebied betrokken is.
- Klachten die duidelijker naar een andere zenuw, de rug of een andere voetafwijking wijzen, staan niet op de voorgrond.
Wat betekent dit?
Tarsaal tunnel syndroom is dan een overtuigende hoofdverklaring. De klachten en de bevindingen bij onderzoek wijzen naar dezelfde zenuw en dezelfde plek.
Dat betekent niet automatisch dat een operatie nodig is. De mate van gevoels- of krachtsverlies, het verloop en een eventuele plaatselijke oorzaak bepalen welke behandeling past.
In hoofdstuk 2.3 lees je welke veranderingen in gevoel of kracht medische beoordeling vragen.
Sterke aanwijzingen
Wat zie je?
- De meeste herkenbare klachten zijn aanwezig, zoals brandende pijn, tintelingen of minder gevoel in de voetzool en tenen.
- De plek van de klachten en het lichamelijk onderzoek passen bij de zenuw achter de binnenenkel.
- Een provocatietest kan de herkenbare klacht oproepen.
- Er zijn weinig kenmerken die duidelijk op een andere verklaring wijzen.
- Niet ieder aanvullend onderzoek hoeft afwijkend te zijn. Een zenuwmeting, naald-EMG, echo of MRI kan normaal zijn terwijl het totale klachten- en onderzoeksbeeld toch goed bij TTS past.
Wat betekent dit?
Tarsaal tunnel syndroom blijft dan een aannemelijke hoofdverklaring. Een normale afzonderlijke test haalt een verder passend klachten- en onderzoeksbeeld niet automatisch onderuit.
De arts beoordeelt vooral of gevoel en kracht stabiel blijven en welke behandeling bij het verloop past.
In hoofdstuk 5 lees je welke behandelingen en praktische aanpassingen mogelijk zijn.
Een deel van de klachten past
Wat zie je?
- Een deel van de klachten past goed bij TTS, bijvoorbeeld tintelingen, brandende pijn of minder gevoel onder de voet.
- Andere klachten passen minder goed, zoals pijn vooral aan de buitenkant of bovenkant van de voet, uitstraling vanuit de rug of klachten in een veel groter gebied.
- Het lichamelijk onderzoek of aanvullend onderzoek kan een plaatselijk zenuwprobleem ondersteunen, maar verklaart niet alle klachten.
- De klachten kunnen daarnaast sterk wisselen of duidelijk veranderen terwijl de lichamelijke belasting ongeveer hetzelfde blijft.
Wat betekent dit?
TTS kan dan een deel van de klachten verklaren, maar waarschijnlijk niet alles. Een andere zenuw, een probleem hoger in het been of vanuit de rug, een pees- of spierprobleem, triggerpoints/spierknopen of een ontregeld zenuwstelsel kunnen daarnaast relevant zijn.
Voor een ontregeld zenuwstelsel zijn positieve aanwijzingen belangrijk. Veranderen klachten bijvoorbeeld duidelijk door stress, ontspanning of afleiding, dan geeft dat reden om deze mogelijkheid verder te beoordelen.
Met de Tarsaal tunnel syndroom test kun je onderzoeken of zulke aanwijzingen bij jouw klachten aanwezig zijn.
In hoofdstuk 6 lees je welke andere verklaringen bij blijvende klachten worden beoordeeld.
Weinig aanwijzingen
Wat zie je?
- De klachten zitten vooral buiten het gebruikelijke TTS-gebied, bijvoorbeeld voornamelijk op de bovenkant van de voet of rond de buitenenkel, terwijl klachten in de voetzool en tenen nauwelijks op de voorgrond staan.
- Bij lichamelijk onderzoek vindt de arts geen duidelijk passend verlies van gevoel onder de voet en geen duidelijke zwakte bij bijvoorbeeld het buigen of spreiden van de tenen.
- De Tinel-test of dorsiflexie-eversietest roept de herkenbare klachten niet of nauwelijks op.
- Eventueel zenuwgeleidingsonderzoek, naald-EMG, echo of MRI geeft weinig extra steun voor een probleem van de zenuw in de tarsale tunnel.
- Een andere verklaring, bijvoorbeeld een andere zenuw, een probleem hoger in het been of vanuit de rug, een pees-, spier- of ander voetprobleem, past duidelijker.
Wat betekent dit?
Tarsaal tunnel syndroom wordt dan minder waarschijnlijk als verklaring voor het volledige klachtenbeeld. Eén normale test is daarvoor niet genoeg. Vooral het ontbreken van een passend totaalpatroon én het beter passen van een andere verklaring wegen mee.
Past na passende medische beoordeling geen andere lichamelijke verklaring beter en zijn er daarnaast meerdere positieve aanwijzingen voor een ontregeld zenuwstelsel? Dan kan die verklaring belangrijker worden.
Met de Tarsaal tunnel syndroom test kun je zulke aanwijzingen verder in kaart brengen.
Nauwelijks aanwijzingen
Wat zie je?
- Tintelingen, brandende pijn of gevoelsverlies in de voetzool en tenen ontbreken vrijwel volledig.
- Ook bij onderzoek van gevoel en kracht vindt de arts nauwelijks kenmerken die bij de zenuw in de tarsale tunnel passen.
- Passende reacties bij provocatietests ontbreken.
- Eventueel verricht zenuwonderzoek, naald-EMG, echo of MRI ondersteunt de lokale zenuwverklaring niet, of een andere verklaring past duidelijk beter.
- Het klachtenpatroon kan bovendien sterk wisselen, zich verplaatsen of onvoldoende passen bij één plaatselijk zenuwprobleem.
Wat betekent dit?
Tarsaal tunnel syndroom is dan onwaarschijnlijk als hoofdverklaring. De verklaring die het actuele klachtenbeeld het beste verklaart, hoort voorop te staan.
Is er na passende medische beoordeling geen betere lichamelijke verklaring én zijn er meerdere positieve aanwijzingen voor een ontregeld zenuwstelsel? Dan kan dat de meest voor de hand liggende verklaring worden.
Positieve aanwijzingen zijn bijvoorbeeld:
- de klachten veranderen duidelijk door stress, ontspanning of afleiding;
- ze wisselen sterk zonder passende verandering in staan, lopen of andere belasting;
- veel controleren of voortdurend op de klachten letten gaat samen met meer klachten;
- angst voor beschadiging leidt tot steeds meer vermijden of beschermen;
- de klachten ontstaan of nemen duidelijk toe in belastende periodes.
Alleen een normale zenuwmeting, EMG, echo of MRI is hiervoor niet voldoende. De medische beoordeling én meerdere positieve kenmerken in het klachtenpatroon moeten deze richting ondersteunen.
De gratis Tarsaal tunnel syndroom test helpt je deze aanwijzingen te herkennen.
3. Hoe kan tarsaal tunnel syndroom ontstaan?
Er kan rond de tarsale tunnel minder ruimte voor de zenuw ontstaan. Maar een mogelijke aanleiding is nog geen bewijs dat die factor jouw klachten volledig verklaart.
Het helpt om iets dat op de zenuw drukt, iets dat klachten oproept en iets dat klachten laat voortduren van elkaar te onderscheiden. Die drie kunnen samenvallen, maar dat hoeft niet.
3.1 Plaatselijke druk, zwelling of letsel
De patiënteninformatie van Johns Hopkins noemt onder meer zwelling na een enkelblessure, vergrote bloedvaten, een cyste en veranderingen rond pezen als mogelijke oorzaken van extra druk.
Een cyste is een met vocht gevuld bultje. Een zwelling of afwijking neemt plaats in binnen een al nauwe ruimte. Dat is een concretere verklaring dan alleen zeggen dat de voet ‘verkeerd staat’.
Ook een eerdere verwonding of een bepaalde voetstand kan bij de beoordeling worden betrokken. Of dit werkelijk de zenuwklachten verklaart, hangt af van de bevindingen op die plek én van het klachtenpatroon.
Stel dat een echo iets naast de zenuw laat zien. Dan wil je weten of die bevinding de zenuw daadwerkelijk beïnvloedt en past bij de klachten verderop in de voet. De enkele aanwezigheid ervan is niet het eind van het onderzoek.
Drukkende schoenen of een bepaalde beweging kunnen tintelingen oproepen. Dat vertelt wanneer de zenuw wordt geprikkeld, maar niet automatisch waarom de klachten zijn begonnen of waarom zij blijven bestaan.
3.2 Algemene aandoeningen en andere zenuwproblemen
Soms is er meer aan de hand dan alleen een plaatselijk probleem bij de enkel. MedlinePlus noemt bijvoorbeeld diabetes, een traag werkende schildklier en ontstekingsziekten van de gewrichten als relevante medische context.
Die aandoeningen kunnen op verschillende manieren van belang zijn. Een arts beoordeelt bijvoorbeeld of er plaatselijke zwelling is of een breder probleem van de zenuwen. Dat zijn verschillende vragen, met verschillende mogelijke behandelingen.
TTS kan tweezijdig voorkomen. Tegelijk is bij een breed, symmetrisch gevoelsverlies een onderzoek naar meerdere zenuwen belangrijk.
Bij zwangerschap of andere omstandigheden met vocht vasthouden kan zwelling eveneens in het gesprek worden meegenomen. Uit de aanwezigheid van zo’n omstandigheid volgt echter niet dat daarmee de oorzaak vaststaat.
Gericht bloedonderzoek kan passen wanneer het gesprek en onderzoek aanwijzingen geven voor een algemene aandoening. Het is niet nodig om bij iedere pijnlijke voet zonder verdere aanleiding alle mogelijke ziekten te onderzoeken.
4. Gaat tarsaal tunnel syndroom vanzelf over?
Klachten kunnen verminderen, ook zonder operatie. Maar ‘zonder operatie verbeteren’ is niet hetzelfde als ‘vanzelf genezen’. Er kan ondertussen wel behandeling of aanpassing hebben plaatsgevonden.
Voor TTS bestaat geen betrouwbare algemene uitspraak als: na een bepaald aantal weken is het over. Belangrijker is of het gevoel, de kracht en het dagelijks functioneren verbeteren, stabiel blijven of achteruitgaan.
4.1 Waarom de hersteltijd verschilt
De hersteltijd kan verschillen doordat niet iedereen hetzelfde zenuwprobleem heeft. Tijdelijke irritatie bij zwelling is iets anders dan langdurige druk met blijvend minder gevoel of zwakkere spieren.
Daar komt bij dat een TTS-label soms maar een deel van de klachten verklaart. Wanneer iets anders belangrijker is, zal wachten op herstel van de plaatselijke zenuw niet vanzelf de hele klacht oplossen.
Bij stabiele klachten kun je met je behandelaar bespreken welke behandeling zonder operatie past en wanneer jullie het resultaat beoordelen. Maak daarbij concreet wat je wilt kunnen: comfortabeler staan, een gebruikelijke wandeling hervatten of weer beter slapen.
Let niet uitsluitend op één pijnlijke dag. Vergelijk ook of je gevoel verandert, of bepaalde bewegingen moeilijker worden en of je mogelijkheden over een langere periode toenemen.
Bij duidelijke achteruitgang hoort geen steeds langere afwachtperiode. De medische beoordelingssignalen uit hoofdstuk 2 blijven dan leidend.
4.2 Wat vertelt langetermijnonderzoek?
Een Franse onderzoeksgroep rond Bouysset volgde 76 aangedane voeten met TTS minstens vijf jaar na behandeling. De diagnose was gebaseerd op klachten, lichamelijk onderzoek en elektrisch zenuwonderzoek; ook werd echografie gebruikt.
Iedereen kreeg eerst behandeling zonder operatie. De openbaar beschikbare beschrijving vermeldt niet precies uit welke behandelingen dit bestond. Bij onvoldoende resultaat na zes maanden kon een operatie worden voorgesteld.
Zonder operatie werd de uitkomst bij ongeveer 65% als goed of uitstekend beoordeeld. Daarmee bedoelden de onderzoekers dat de klachten duidelijk waren verbeterd en het resultaat als goed werd ervaren. Met de aanvullende operaties erbij kwam dit op ongeveer 78%.
Goed of uitstekend betekent niet automatisch volledig klachtenvrij.
De praktische boodschap: ook op langere termijn kan duidelijke verbetering optreden. Het onderzoek laat niet zien hoeveel mensen zonder behandeling vanzelf zouden herstellen of dat iedereen precies zes maanden moet wachten.
5. Welke behandelingen en praktische aanpassingen zijn mogelijk?
Een passende behandeling begint met een duidelijk doel. Wil je plaatselijke druk verminderen, de voet beter kunnen gebruiken, pijn verlichten of een ander mechanisme aanpakken?
Bespreek ook waaraan je samen zult merken dat de behandeling helpt. Alleen zeggen ‘we kijken het aan’ maakt het lastig om later te beslissen of doorgaan zinvol is.
5.1 Schoenen, steunzolen, tape en een brace
Schoenen, steunzolen, tape en een brace kunnen worden gebruikt om plaatselijke druk of een beweging die klachten oproept tijdelijk te veranderen. Ze worden onder meer genoemd in de zorginformatie van MedlinePlus. Daarmee is niet aangetoond dat deze hulpmiddelen TTS bij iedereen oplossen.
Een schoen die precies op de pijnlijke plek drukt, kan klachten verergeren. Meer ruimte of een ander model kan die plaatselijke druk verminderen.
Steunzolen of podotherapie kunnen worden overwogen wanneer de stand of belasting van de voet bij jouw klachten relevant lijkt. Het doel is dan de belasting te veranderen, niet simpelweg iedere TTS-patiënt een steunzool te geven.
Een brace of nachtspalk kan worden gebruikt om een houding of beweging tijdelijk te beperken wanneer die duidelijk klachten oproept. Ook bij tape moet duidelijk zijn wat ermee veranderd moet worden, bijvoorbeeld steun of beweging.
De praktische vraag is steeds: worden je klachten minder en kun je de voet er beter door gebruiken? Geeft een hulpmiddel geen duidelijke verbetering, dan is het zinvoller om opnieuw te beoordelen wat de klachten verklaart dan steeds een andere zool, tape of brace te proberen.
Bij nieuwe of toenemende gevoelloosheid of krachtsverlies is medische beoordeling nodig. Pas dan niet alleen het hulpmiddel verder aan.


5.2 Oefeningen, fysiotherapie en blijven bewegen
Fysiotherapie kan helpen om pijn te verminderen, de voet en enkel beter te laten bewegen, kracht te ondersteunen en dagelijkse activiteiten weer op te bouwen. Maar er is geen goed onderbouwd standaard oefenprogramma waarvan is aangetoond dat het een tarsaal tunnel syndroom oplost.
In een klein onderzoek bij 28 mensen met TTS kregen beide groepen zes weken fysiotherapie en ondersteunende inlegzolen. De ene groep kreeg daarnaast zenuwmobilisatie: oefeningen waarbij de betrokken zenuw ten opzichte van het omliggende weefsel beweegt.
Na zes weken waren pijn, spierkracht en beweeglijkheid in beide groepen verbeterd. Het toevoegen van zenuwmobilisatie gaf voor deze uitkomsten geen duidelijk extra voordeel. Wel verbeterden enkele metingen van het gevoel en de Tinel-test meer bij de groep die zenuwmobilisatie kreeg.
De praktische conclusie is daarom: fysiotherapie en oefeningen kunnen helpen om klachten en functioneren te verbeteren, maar onderzoek laat niet zien dat één bepaalde oefening of zenuwmobilisatie TTS geneest.
Welke oefening zinvol is, hangt daarom af van het doel. Bijvoorbeeld:
- bewegen van voet en enkel verbeteren;
- kracht behouden of opbouwen;
- lopen en andere dagelijkse activiteiten geleidelijk hervatten;
- een specifieke beweging oefenen die door pijn moeilijk is geworden;
- zenuwmobilisatie proberen wanneer de fysiotherapeut daar bij jouw klachten en onderzoek een reden voor ziet.
Vraag je fysiotherapeut daarom niet alleen welke oefening je moet doen, maar ook wat het doel ervan is en waaraan je merkt dat de oefening helpt.
Bij stabiele klachten is het meestal niet nodig om de voet uit angst steeds minder te gebruiken. Bouw activiteiten passend op en beoordeel of je daadwerkelijk meer kunt. Neemt het gevoel of de kracht duidelijk af, laat dit dan medisch beoordelen in plaats van alleen verder te oefenen.
5.3 Medicatie en injecties
Medicatie kan pijn verminderen, maar daarmee is eventuele druk op de zenuw niet automatisch opgelost.
Bij TTS wordt soms een injectie rond de tarsale tunnel gegeven met een plaatselijke verdoving en een corticosteroïd, een ontstekingsremmend medicijn. Bij een echogeleide injectie gebruikt de arts de echo om de naald gericht naast de zenuw te plaatsen.
Een onderzoek bij 218 mensen met klinisch vastgesteld TTS onderzocht zulke echogeleide injecties met bupivacaïne als verdoving en triamcinolon als corticosteroïd. De deelnemers hadden passende pijn en tintelingen en een positieve Tinel-test. Niet iedereen had de diagnose daarnaast bevestigd met zenuwgeleidingsonderzoek.
Na de injectie gingen 169 van de 218 mensen, ongeveer 78%, niet door naar een operatie omdat hun klachten en onderzoeksbevindingen waren verbeterd. Zij werden gemiddeld ongeveer elf maanden gevolgd. De overige 49 mensen, ongeveer 22%, werden later wel geopereerd.
Er was geen vergelijkingsgroep met een placebo of zonder injectie. Daardoor laat het onderzoek niet zien hoeveel van de verbetering daadwerkelijk door het corticosteroïd kwam. Ook was niet bij iedereen met zenuwonderzoek bevestigd dat de zenuw daadwerkelijk afwijkend werkte.
De praktische conclusie: een echogeleide injectie kan bij TTS samengaan met duidelijke verbetering en kan vóór een operatie worden besproken. Het onderzoek bewijst niet hoeveel langdurig herstel specifiek door de injectie of het corticosteroïd wordt veroorzaakt.
5.4 Wanneer kan een operatie helpen?
Een operatie kan worden overwogen wanneer de klachten en het onderzoek overtuigend passen bij druk op de zenuw in de tarsale tunnel en behandeling zonder operatie onvoldoende helpt. Duidelijk of toenemend verlies van gevoel of kracht kan de reden versterken om niet langer af te wachten.
Welke operaties zijn er?
Bij een open decompressie maakt de chirurg via een snee aan de binnenkant van de enkel ruimte rond de zenuw. De stevige bindweefselband boven de tarsale tunnel wordt geopend en de zenuw en zo nodig haar vertakkingen worden vrijgemaakt. Is er een duidelijke plaatselijke oorzaak, zoals een cyste of ander weefsel dat ruimte inneemt, dan kan die tijdens dezelfde operatie worden verwijderd.

Er bestaan daarnaast endoscopische en echogeleide decompressietechnieken waarbij de zenuw via kleinere openingen wordt vrijgemaakt. In onderzoek naar echogeleide decompressie van de tarsale tunnel werden zowel de tarsale tunnel als de tunnels rond de vertakkingen naar de voetzool vrijgemaakt. Welke techniek past, hangt onder meer af van waar de zenuw onder druk staat, of er iets verwijderd moet worden, eerdere operaties en de ervaring van de chirurg. Er is nog geen sterk vergelijkend onderzoek dat één techniek voor alle patiënten als beste aanwijst.
Wat laat onderzoek naar operaties zien?
Een overzicht van 32 onderzoeken naar behandeling van tarsaal tunnel syndroom vond bij ongeveer 75% een goede of uitstekende uitkomst na een operatie. De onderzoeken verschilden echter sterk in patiëntselectie, diagnose, operatietechniek en de manier waarop herstel werd beoordeeld. Het bewijs bestaat vooral uit kleinere patiëntreeksen. Het percentage van 75% is daarom geen persoonlijke herstelkans.
Bij een onderzoek naar echogeleide decompressie bij 81 mensen met idiopathisch TTS had na minimaal achttien maanden ongeveer 90% een goede of uitstekende uitkomst. Bij ongeveer 10% was de uitkomst slecht. Er was geen vergelijkingsgroep met een open of endoscopische operatie, waardoor dit onderzoek niet bewijst dat de echogeleide techniek beter is.
Een recente studie bij 15 mensen na een open decompressie liet na twaalf maanden zien dat de gemiddelde pijn ongeveer 51% lager was. Bij 80% verbeterde het functioneren voldoende om als duidelijk merkbare verbetering te gelden. De groep was klein en er was geen vergelijkingsgroep zonder operatie.
Welke risico's zijn bekend?
In het overzicht van operatieonderzoeken naar TTS werden in twaalf studies samen 46 complicaties bij 409 operaties, ongeveer 11%, gemeld. Het ging vooral om problemen met wondgenezing, infecties, bloeduitstortingen en hinderlijk littekenweefsel. De gebruikte technieken en onderzoeken verschilden sterk, waardoor dit percentage geen persoonlijk risico voor een huidige operatie is.
Bespreek vóór een operatie daarom in ieder geval:
- Welke zenuw of zenuwtak denkt de chirurg dat bij mij onder druk staat, en waar precies?
- Welke operatie wordt voorgesteld en wat wordt daarbij precies vrijgemaakt of verwijderd?
- Waarom past deze techniek beter bij mijn situatie dan een andere techniek?
- Welke klachten verwacht de chirurg dat verbeteren: pijn, tintelingen, gevoel, kracht of dagelijks functioneren?
- Wat zijn bij deze techniek de belangrijkste risico's en wat gebeurt er als de klachten onvoldoende verbeteren?
De praktische conclusie: een operatie kan bij zorgvuldig geselecteerde mensen met TTS duidelijke verbetering geven, maar volledig herstel is niet gegarandeerd. Welke operatie passend is, hangt vooral af van waar het probleem zit en wat daar daadwerkelijk op de zenuw drukt. Er is nog onvoldoende sterk vergelijkend onderzoek om één operatietechniek voor alle TTS-patiënten als beste aan te wijzen.
5.5 Herstel na de operatie, werk, sport en autorijden
Na een operatie aan de tarsale tunnel herstellen de wond, het lopen en de zenuw niet allemaal even snel. Er zijn wel bruikbare richttijden, maar die zijn geen vaste deadlines voor iedereen.
Hoe verloopt het herstel in de eerste weken?
De TTS-specifieke nazorginformatie van Wye Valley NHS Trust beschrijft na een tarsale-tunneldecompressie ongeveer één week zonder belasting in gips, gevolgd door ongeveer twee weken in een looplaars. Daarna kan de belasting bij goed herstel geleidelijk worden opgebouwd.
Dit is een richtlijn voor deze operatie, geen verplicht schema voor iedere patiënt. De operatietechniek en het herstel bepalen of jouw chirurg hiervan afwijkt.
Wanneer kun je dagelijkse activiteiten en werk hervatten?
In een onderzoek bij 33 mensen na tarsale-tunneldecompressie werden dagelijkse activiteiten gemiddeld na ongeveer 3,5 week hervat en werk na ongeveer 5,5 week.
Het soort werk maakt verschil. Zittend werk vraagt minder van de geopereerde voet dan werk waarbij je langdurig staat, loopt, tilt of klimt. Bespreek daarom niet alleen wanneer je weer mag werken, maar ook welke werkzaamheden je dan veilig kunt uitvoeren.
Wanneer kun je weer sporten?
In hetzelfde onderzoek naar herstel na tarsale-tunneldecompressie werd sport gemiddeld na ongeveer 16 tot 17 weken, dus rond vier maanden, hervat.
Dat betekent niet dat iedere sport na vier maanden automatisch weer volledig mogelijk is. Wandelen, fietsen en hardlopen vragen een andere belasting. Bespreek daarom wanneer je met jouw sport kunt beginnen en hoe je die opbouwt.
Wanneer kun je weer autorijden?
De TTS-specifieke nazorginformatie van Wye Valley NHS Trust noemt ongeveer twee tot zes weken als mogelijke periode om het autorijden te hervatten.
Belangrijker dan alleen het aantal weken is dat je de pedalen goed kunt bedienen en snel en krachtig een noodstop kunt maken. Vooral na een operatie aan de rechtervoet is dit belangrijk.
Hoe lang kan volledig herstel duren?
Dezelfde TTS-specifieke nazorginformatie beschrijft dat de voet tussen drie en zes maanden nog verder kan verbeteren en dat het herstel bij sommige mensen tot ongeveer een jaar kan doorgaan.
Dat je alweer werkt, rijdt of sport betekent dus niet dat gevoel, zwelling en zenuwherstel al volledig zijn hersteld.
Vraag de chirurg daarom concreet:
- Hoe lang mag ik na deze operatie niet of beperkt op mijn voet staan?
- Heb ik gips, een looplaars of krukken nodig, en hoelang?
- Wanneer kan ik mijn eigen werk hervatten gezien hoeveel ik zit, sta, loop of til?
- Wanneer mag ik weer wandelen, fietsen en mijn eigen sport hervatten?
- Wanneer kan ik veilig een noodstop maken en weer autorijden?
- Welke verandering in pijn, gevoel, kracht, zwelling of wondherstel is reden om contact op te nemen?
De praktische conclusie: na een tarsale-tunneldecompressie werden in een klein onderzoek dagelijkse activiteiten gemiddeld na ongeveer 3,5 week, werk na 5,5 week en sport na ongeveer vier maanden hervat. Gebruik deze tijden als oriëntatie. De operatietechniek, wondgenezing, zenuwfunctie en wat je werk of sport van je voet vraagt bepalen het persoonlijke schema.
5.6 Wat kun je bespreken bij nachtelijke of rustklachten?
Nachtelijke pijn of tintelingen in rust kunnen bij TTS voorkomen. De kleine echostudie bij bevestigde TTS-gevallen laat zien waarom ‘het doet pijn zonder belasting’ op zichzelf geen bewijs voor een andere oorzaak is.
Vertel je behandelaar waar de klachten zitten, of het vooral pijn of gevoelsverlies is en wat een verandering van houding doet. Bespreek ook of een hulpmiddel juist druk geeft of klachten erger maakt.
Bij steeds slechter slapen kan pijnbehandeling aandacht verdienen. Dat betekent niet dat ieder nachtelijk symptoom een nieuwe beschadiging is, maar ook niet dat je blijvende veranderingen moet negeren.
Een nachtspalk is niet automatisch dé oplossing voor alle TTS-klachten. Alleen als er een passend doel is, kun je samen afwegen of zo’n hulpmiddel zinvol is.
6. Wat als klachten niet goed bij tarsaal tunnel syndroom passen of na behandeling blijven?
Klachten die na behandeling blijven bestaan, betekenen niet automatisch dat de oorspronkelijke diagnose onjuist was. Er kan nog druk op de zenuw bestaan, eerder ontstaan gevoels- of krachtsverlies kan tijd nodig hebben om te herstellen of een andere verklaring kan naast TTS belangrijk zijn geworden.
Maar tarsaal tunnel syndroom verklaart niet vanzelf iedere pijnplek, tinteling of andere voetklacht. Een andere zenuw in de voet, een probleem hoger in het been of vanuit de rug, een pees- of spierprobleem, triggerpoints/spierknopen of een ontregeld zenuwstelsel kunnen daarnaast relevant zijn. De vraag is welke verklaring het huidige klachtenpatroon het beste verklaart.
Daarom worden bij blijvende klachten opnieuw de plaats en het verloop van de klachten, veranderingen in gevoel en kracht, eerdere onderzoeksuitslagen en het effect van de behandeling naast elkaar gelegd.
Past na passende medische herbeoordeling geen andere lichamelijke verklaring beter en zijn er daarnaast meerdere positieve aanwijzingen, zoals sterke wisselingen of duidelijke invloed van stress, ontspanning of afleiding? Dan kan een ontregeld zenuwstelsel een belangrijke of zelfs de meest waarschijnlijke verklaring worden.
6.1 Wat als klachten na een operatie blijven bestaan?
Maak eerst praktisch onderscheid tussen klachten die na de operatie nooit duidelijk verbeterden, klachten die eerst afnamen en later terugkwamen en klachten die pas na de operatie ontstonden. Dat verloop helpt bepalen wat opnieuw onderzocht moet worden.
Een overzicht over een mislukte tarsale-tunneldecompressie van voetchirurg John Gould beschrijft verschillende mogelijke verklaringen voor blijvende of terugkerende klachten. De zenuw kan bijvoorbeeld onvoldoende zijn vrijgemaakt, littekenweefsel kan opnieuw problemen rond de zenuw geven of de zenuw kan al vóór de operatie beschadigd zijn geweest. Ook de precieze anatomie en een eventuele beschadiging van een zenuwtak kunnen belangrijk zijn.
De specialist beoordeelt daarom opnieuw:
- of de zenuw voldoende is vrijgemaakt;
- hoe goed gevoel en kracht nu zijn;
- welke klachten sinds de operatie wel en niet zijn veranderd;
- of een andere zenuw, de rug, een voetprobleem of een andere medische verklaring beter past.
Blijvende pijn alleen betekent niet automatisch dat opnieuw opereren zinvol is. Een nieuwe ingreep wordt vooral logisch wanneer er een concrete verklaring wordt gevonden die met een operatie kan worden aangepakt, bijvoorbeeld onvoldoende vrijmaking of relevante littekenvorming.
Is de zenuw voldoende beoordeeld, past geen andere medische verklaring beter en zijn er daarnaast meerdere positieve aanwijzingen voor een ontregeld zenuwstelsel? Dan kan ook die verklaring belangrijk worden voor de aanhoudende klachten.
6.2 Andere oorzaken van hiel-, voet- of teenklachten
De klachtlocatie en het soort klacht helpen om gericht te vergelijken. Niet ieder alternatief heeft een scan nodig; eerst zijn het gesprek en lichamelijk onderzoek belangrijk.
Pijn rond een pees, met klachten bij de beweging waarvoor die pees wordt gebruikt, kan vragen om beoordeling van peesklachten in de voet. Plaatselijke pijn rond de hiel kan ook passen bij klachten van de peesplaat, vaak hielspoor genoemd, of bij een slijmbeurs rond de hiel.
Bij duidelijke gewrichtsklachten, zoals plaatselijke stijfheid en bewegingsbeperking, kijkt de arts eventueel naar een gewrichtsprobleem, bijvoorbeeld artrose van voet, enkel of teen. De naam van zo’n bevinding bewijst niet dat zij alle pijn veroorzaakt.
Bij brandende klachten vooral in de voorvoet of tussen tenen kan een andere zenuw betrokken zijn, zoals bij een Mortons neuroom.
Loopt de uitstraling vanuit rug of been door naar de voet, dan kan onderzoek naar een zenuw hogerop passen. Lees daarover ook de uitleg over een rughernia.
Deze voorbeelden sluiten aan op de indeling van voet- en zenuwproblemen door AAPM&R. Het zijn herkenningsrichtingen, geen diagnoses die je uitsluitend op een pijnplek kunt stellen.
6.3 Kunnen triggerpoints of spierknopen deze klachten geven?
Triggerpoints zijn plaatselijk gespannen, drukpijnlijke plekken in een spier. Ze worden ook spierknopen genoemd. De pijn kan op de plek zelf worden gevoeld, maar ook op een andere plaats.
In het Handboek triggerpoint-therapie beschrijven Clair en Amber Davies verschillende patronen rond kuit, enkel en voet. Voor klachten die op TTS lijken, zijn onder meer deze patronen relevant:
- De scholspier, een dieper gelegen kuitspier: klachten kunnen rond de hiel, de achter- of binnenkant van de enkel en de kuit worden gevoeld.
- De tweehoofdige kuitspier, de grote oppervlakkige kuitspier: bepaalde spierknopen kunnen pijn naar de voetboog geven; andere punten geven vooral kuitklachten.
- De lange teenbuiger, een spier in het onderbeen die de kleinere tenen helpt buigen: het beschreven patroon loopt naar de voetboog en de onderkant van de kleinere tenen.
- De grote-teenafvoerder, langs de binnenrand van de voet: het beschreven patroon omvat de binnenkant van hiel en enkel en de nabijgelegen voetzool.
Dit zijn patronen uit de triggerpointpraktijk. Ze vormen geen kaart waarmee een zenuwbeknelling wordt bewezen of uitgesloten.

Voorbeelden van klachten vanuit spierknopen in kuit en voet. De overeenkomst met jouw pijnplek is een aanleiding voor gericht onderzoek, geen diagnose op zichzelf.
Wat maakt een spierknoop een aannemelijke klachtbron?
Van belang is of gerichte druk op die specifieke spierplek je vertrouwde klacht herkenbaar oproept. Ook wat er na een gerichte behandeling verandert, telt mee.
Verdwijnt de herkenbare klacht tijdelijk, of verandert zij op een specifieke manier bij behandeling van precies die spierknoop? Dan ondersteunt dat een directe rol van die plek. Blijvende verbetering maakt die verklaring sterker.
Dat is iets anders dan na een algemene massage ergens napijn voelen. Ook tikken op de zenuw bij de enkel is geen triggerpointonderzoek.
Keren spierknopen en klachten steeds terug, kijk dan verder dan alleen de pijnlijke plek. Spanning, beschermend aanspannen en aangeleerde reacties van het zenuwstelsel kunnen het probleem mee laten voortduren. Alleen terugkeer na behandeling bewijst dat niet; het hele patroon bepaalt hoe aannemelijk die uitleg is.
Laat zo’n beoordeling gericht uitvoeren. Hard drukken in de tarsale tunnel, waar ook zenuw en bloedvaten liggen, is geen goede manier om zelf naar spierknopen te zoeken.
6.4 Wanneer past een bredere verklaring?
Een bredere verklaring wordt relevant wanneer plaatselijke bevindingen de klachten onvoldoende verklaren. Vooral als er ook positieve aanwijzingen zijn: de klachten wisselen sterk, veranderen door aandacht of hangen duidelijk samen met stress en ontspanning.
In hun A Diagnostic Guide for Psychophysiologic Disorders beschrijven Clarke, Schechter en Schubiner dit specifiek bij het TTS-label. Echte zenuwcompressie kan voorkomen. Maar als die onvoldoende is bevestigd of slecht bij de voetpijn past, adviseren zij óók onderzoek naar de bijdrage van aangeleerde lichamelijke reacties en stress.
Dat betekent niet dat je klachten ingebeeld zijn. Het betekent dat de verwerking en aansturing door het zenuwstelsel een belangrijke verklaring kan worden, naast of in plaats van de oorspronkelijke lokale verklaring.
Bij meerdere passende aanwijzingen kan daarop gerichte behandeling logisch zijn. Niet nóg een lokale ingreep omdat daar nu eenmaal de pijn wordt gevoeld, maar een aanpak die aansluit op wat de klachten daadwerkelijk veroorzaakt of versterkt.
Wil je begrijpen hoe zulke reacties ontstaan en wat je eraan kunt veranderen? In de gratis training leggen we uit hoe de BreinMedicijn-aanpak daarmee werkt.
7. Komt tarsaal tunnel syndroom door werk of overbelasting?
Veel staan, wandelen of hardlopen kan klachten rond de voet uitlokken of versterken. Dat betekent niet automatisch dat deze activiteiten tarsaal tunnel syndroom veroorzaken of de zenuw beschadigen.
Om dat goed te beoordelen, is het belangrijk vier vragen uit elkaar te houden:
- Hangt de belasting samen met een grotere kans op TTS?
- Lokt een bepaalde activiteit klachten uit die er al zijn?
- Is de zenuw in de tarsale tunnel daadwerkelijk bekneld of werkt zij minder goed?
- Wat houdt de klachten op dit moment in stand?
Die vragen kunnen verschillende antwoorden hebben. Een activiteit kan bijvoorbeeld herkenbare klachten oproepen zonder de oorspronkelijke oorzaak te zijn.
7.1 Wat is de rol van veel staan, lopen en hardlopen?
Bij TTS kunnen klachten tijdens staan of lopen toenemen. Dat wordt onder meer beschreven in de medische uitleg van AAPM&R. De stand en belasting van de voet kunnen invloed hebben op een zenuw die al gevoelig of bekneld is.
Daaruit volgt niet dat iedereen met een staand beroep TTS ontwikkelt of dat iedere hardloper met voetpijn een beknelde zenuw heeft.
Voor een betrouwbare uitspraak over hoeveel extra TTS-gevallen ontstaan door veel staan, lopen of zwaar werk is passend onderzoek nodig. Uit het beschikbare TTS-onderzoek is zo'n absoluut beroeps- of belastingsrisico niet betrouwbaar af te leiden.
Voor jou betekent dit: veel staan, lopen of hardlopen kan TTS-klachten uitlokken of versterken, maar we weten niet betrouwbaar hoeveel groter de kans op TTS daardoor wordt. Dat een activiteit pijn of tintelingen oproept, bewijst ook niet dat die activiteit de zenuw heeft beschadigd of de klachten blijft veroorzaken.
In hoofdstuk 3 lees je welke mogelijke oorzaken van TTS worden beoordeeld.
7.2 Zijn schoenen, voetstand of hulpmiddelen de hele verklaring?
Schoenen, voetstand en hulpmiddelen kunnen invloed hebben op de klachten. Drukt een schoen bijvoorbeeld precies op een gevoelig gebied, dan kan meer ruimte of een ander model praktisch verschil maken.
Helpt een andere schoen, steunzool of aanpassing? Dan laat dat zien dat een verandering van druk of belasting invloed op de klachten kan hebben. Het bewijst niet automatisch dat de oude schoen of voetstand TTS heeft veroorzaakt.
Hetzelfde geldt andersom. Geen verbetering door steunzolen betekent niet automatisch dat de zenuw normaal werkt. Misschien veranderde het hulpmiddel niet wat bij jouw klachten relevant was, of verklaart TTS maar een deel van het klachtenbeeld.
Gebruik schoenen, steunzolen, tape of een brace daarom als gerichte hulpmiddelen met een duidelijk doel. Vraag: wat proberen we hiermee te veranderen en helpt dat mijn herkenbare klachten of functioneren daadwerkelijk?
Blijft duurzaam effect uit, dan is opnieuw beoordelen zinvoller dan steeds een andere schoen, zool of voetstand als oplossing te proberen.
7.3 Helpt rust niet? Wanneer is overbelasting niet het hele verhaal?
Rust of tijdelijk minder belasten kan helpen wanneer een voet tijdelijk geïrriteerd is of wanneer minder druk op een aangetoonde zenuwbeknelling passend is.
Blijven de klachten bestaan terwijl de oorspronkelijke belasting duidelijk is verminderd? Dan wordt alleen overbelasting minder overtuigend als volledige verklaring.
Eerst moet dan opnieuw worden beoordeeld of er nog druk op de zenuw bestaat, of de zenuw minder goed werkt en of een andere medische verklaring beter past. Ook een andere voetklacht of triggerpoints/spierknopen kunnen bijdragen.
In hoofdstuk 6.3 lees je wanneer triggerpoints een passende verklaring kunnen zijn.
Blijft na passende medische beoordeling geen betere lichamelijke verklaring over en wisselen de klachten bovendien sterk of veranderen ze duidelijk door stress, ontspanning of afleiding? Dan kan een ontregeld zenuwstelsel belangrijker worden.
Niet verbeteren door rust is daarvoor geen zelfstandig bewijs. Het gaat om de combinatie met positieve aanwijzingen in het klachtenpatroon.
Het doel is dan ook niet automatisch nóg minder lopen of staan. Eerst moet duidelijk zijn welke verklaring het beste past en hoe je activiteiten verantwoord kunt hervatten.
7.4 Zijn je voeten kwetsbaar voor gewoon gebruik?
Onze voeten, spieren en zenuwen zijn gemaakt om te staan, lopen, kracht op te vangen en zich aan belasting aan te passen. Ze zijn niet onverwoestbaar. Een ongeval, duidelijke zenuwbeknelling of langdurige zeer hoge belasting kan lichamelijke problemen veroorzaken.
Maar het andere uiterste klopt evenmin. Veel staan, lopen of bewegen leidt niet vanzelf tot blijvende schade.
De vraag is dus niet alleen of bepaalde belasting TTS-klachten kan uitlokken of mogelijk kan bijdragen aan het ontstaan ervan. Het gaat ook om de aanname dat normaal of veel gebruik van de voeten vanzelf langdurige klachten veroorzaakt.
Als veel belasting op zichzelf voldoende zou verklaren waarom TTS en andere voetklachten langdurig blijven bestaan, zou je verwachten dat:
- Langdurig zwaar gebruik: mensen die structureel veel meer lopen of staan ook duidelijk vaker blijvende klachten krijgen.
- Schoenen en voetstand: klachten duurzaam verminderen wanneer de veronderstelde druk of ongunstige stand wordt aangepast.
- Rust: het verwachte herstel optreedt wanneer de betreffende belasting voldoende wordt verminderd.
- Verschillende bevolkingsgroepen: langdurige voetklachten duidelijk vaker voorkomen waar precies die belasting veel voorkomt.
- Vroegere samenlevingen: zeer veel lopen zonder moderne schoenen en hulpmiddelen vanzelf tot grote aantallen langdurige voetklachten zou hebben geleid.
Dit zijn toetsvragen, geen gemeten TTS-uitkomsten. Ze zijn bedoeld om te voorkomen dat een eenvoudige overbelastingsverklaring automatisch wordt aangenomen zonder te kijken of zij werkelijk bij het klachtenverloop past.
Dat eenvoudige één-op-éénpatroon zien we niet terug. Veel staan, lopen of herhaald belasten leidt niet vanzelf tot blijvende klachten, en rust, andere schoenen of hulpmiddelen lossen bestaande klachten niet automatisch op.
Dat betekent niet dat lichamelijke belasting nooit een rol speelt. Wel is alleen ‘te veel lopen’, ‘verkeerd belasten’ of ‘de verkeerde schoenen dragen’ onvoldoende om iedere langdurige voetklacht te verklaren. Bij TTS is belangrijker of het totale klachtenpatroon en het lichamelijk onderzoek daadwerkelijk passen bij een probleem van de zenuw in de tarsale tunnel.
Blijven klachten bestaan ondanks rust of minder belasting? Kijk dan opnieuw wat de klachten het beste verklaart of in stand houdt. Past een plaatselijke zenuw- of andere lichamelijke verklaring onvoldoende en zijn er meerdere positieve aanwijzingen, zoals sterke wisselingen of duidelijke invloed van stress, ontspanning of afleiding? Dan kan een ontregeld zenuwstelsel een belangrijke rol spelen.
8. Wanneer wijzen TTS-achtige klachten op een ontregeld zenuwstelsel?
Soms verklaart tarsaal tunnel syndroom het totale klachtenbeeld niet voldoende. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer klachten niet goed bij TTS passen of ondanks een passende behandeling blijven bestaan.
Zijn er daarnaast positieve aanwijzingen, zoals sterk wisselende klachten of duidelijke veranderingen door stress, ontspanning of afleiding, en past geen andere medische verklaring beter? Dan kan een ontregeld zenuwstelsel een belangrijke of zelfs de meest waarschijnlijke oorzaak zijn.
In dit hoofdstuk lees je wat een ontregeld zenuwstelsel is, welke aanwijzingen daarbij passen en wanneer deze verklaring relevant kan zijn.
8.1 Wat is een ontregeld zenuwstelsel en wat is TMS?
Pijn en andere lichamelijke klachten hebben een beschermende functie. Bij een verwonding kan pijn bijvoorbeeld waarschuwen dat er iets beschadigd is. Maar de hoeveelheid pijn laat niet één-op-één zien hoeveel schade er in het lichaam aanwezig is.
Het brein en zenuwstelsel verwerken niet alleen signalen uit het lichaam. Ook eerdere ervaringen, verwachtingen en de situatie waarin je je bevindt spelen mee bij de beoordeling of iets veilig of bedreigend is.
Bij langdurige klachten kan dit alarmsysteem te gevoelig worden. Pijn, vermoeidheid, tintelingen, een branderig gevoel of spierspanning kunnen dan blijven ontstaan of sterker worden, terwijl voortdurende weefselschade of druk op een zenuw het klachtenbeeld niet voldoende verklaart.
De klachten zijn daarbij echt en ontstaan niet bewust. Met een ontregeld zenuwstelsel bedoelen we dat het brein en zenuwstelsel te snel of te sterk reageren op signalen die als bedreigend worden ingeschat.
Revalidatiearts John Sarno beschreef dit als Tension Myositis Syndrome (TMS). Onder anderen Howard Schubiner, David Schechter en Alan Gordon ontwikkelden deze benadering verder. Pijnonderzoeker Lorimer Moseley legt uit hoe pijn ons tegen gevaar beschermt.
In de medische en wetenschappelijke literatuur kom je ook termen tegen als nociplastische pijn, neuroplastische pijn en centrale sensitisatie. Deze begrippen betekenen niet precies hetzelfde, maar hebben gemeen dat veranderingen in de verwerking van signalen door het zenuwstelsel een belangrijke rol kunnen spelen.
In dit artikel gebruiken we vooral de begrijpelijke term ontregeld zenuwstelsel.
Bekijk de uitleg van Howard Schubiner
De bouwvakker met de spijker door zijn schoen
Een Engelse bouwvakker sprong van een steiger en landde op een spijker die dwars door zijn schoen ging. Hij schreeuwde van de pijn en kreeg sterke pijnstilling. Toen de schoen werd verwijderd, bleek de spijker tussen zijn tenen door te zijn gegaan. Zijn voet was niet verwond.
De pijn was echt, maar de verwachte schade was er niet. Wat hij zag en dacht dat er was gebeurd, kon dus een hevige pijnreactie oproepen.

De spijker ging door de schoen, maar had de voet niet verwond.
Het rubberen-armexperiment
Bij het rubberen-armexperiment wordt de echte arm uit het zicht gelegd en ligt een rubberen arm zichtbaar op tafel. Als beide tegelijk worden aangeraakt, kan het voelen alsof de rubberen arm bij het eigen lichaam hoort. Een bedreiging van die rubberen arm kan dan een echte pijnreactie oproepen.
Bekijk de demonstratie met een rubberen arm
Verwachting kan pijn veranderen
Pijn en schade zijn dus niet hetzelfde. Dat betekent niet dat schade nooit belangrijk is, maar wel dat het brein ook verwachtingen en eerdere ervaringen meeweegt.
Wil je uitgebreider lezen hoe zo’n zenuwstelsel klachten kan veroorzaken en in stand houden? In ons gratis e-book leggen we dit stap voor stap uit.
Download het gratis e-book over de verborgen oorzaak van chronische klachten
8.2 Welke aanwijzingen passen bij een ontregeld zenuwstelsel?
Dat een ontregeld zenuwstelsel klachten kan veroorzaken, betekent nog niet dat dit ook jouw klachten verklaart. Daarom kijken we niet alleen naar wat medisch onderzoek níét laat zien, maar vooral naar positieve aanwijzingen in het patroon van de klachten.
De klinische gids van Clarke, Schechter en Schubiner beschrijft hoe je dit klachtenpatroon aan positieve kenmerken kunt herkennen. De aanwijzingen worden sterker wanneer meerdere van de volgende patronen samenkomen:
- De klachten wisselen in intensiteit, verplaatsen of verspreiden zich. Soms zijn ze sterk aanwezig en op andere momenten veel minder, zonder duidelijke verandering in lichamelijke belasting.
- Stress of emoties verergeren je klachten. Wanneer je ontspannen of afgeleid bent, verminderen ze juist, bijvoorbeeld tijdens een hobby of een prettig gesprek.
- De klachten beginnen al vóór een activiteit of verschillen sterk tussen situaties met ongeveer dezelfde belasting. Verwachting of de situatie maakt dus verschil.
- Veel controleren of steeds letten op wat je qua klachten voelt, gaat samen met meer klachten.
- Je bent bang dat bewegen of belasten je voet of enkel verder beschadigt. Daardoor ga je bewegingen vermijden of je voet steeds meer beschermen.
- De klachten zijn ontstaan of toegenomen tijdens of na een stressvolle periode. Ook in het verleden had je soms langdurige klachten zonder duidelijke oorzaak.
- Eerdere behandelingen helpen steeds maar tijdelijk of het resultaat past niet bij blijvende druk op de zenuw.
- Triggerpoints roepen je herkenbare klachten op. Gerichte behandeling verandert de klachten, maar de triggerpoints en klachten blijven terugkomen.
Niet ieder kenmerk hoeft aanwezig te zijn. Past geen andere medische verklaring beter en komen meerdere positieve aanwijzingen samen? Dan kan een ontregeld zenuwstelsel de meest waarschijnlijke oorzaak zijn.
Ontdek of een ontregeld zenuwstelsel bij jouw klachten meespeelt
Met de gratis Tarsaal tunnel syndroom test krijg je een eerste indicatie van de mate waarin een ontregeld zenuwstelsel bij jouw klachten meespeelt.
8.3 Hoe kan een ontregeld zenuwstelsel klachten in stand houden?
Wanneer het zenuwstelsel een beweging of situatie als bedreigend heeft leren herkennen, kan het daarop steeds sneller reageren. Zo kan bijvoorbeeld lopen, autorijden of een bepaalde beweging klachten gaan oproepen, ook wanneer die activiteit op zichzelf geen schade veroorzaakt.
Dit gebeurt niet bewust. Het zenuwstelsel heeft als het ware geleerd: hier moet ik voor oppassen. Verwachting, angst en eerdere ervaringen kunnen die beschermingsreactie vervolgens versterken.
De 9 F’s die herstel in de weg kunnen zitten
Ook de manier waarop je op klachten reageert, kan het alarmsysteem onbedoeld actief houden. Denk aan voortdurend letten op de klachten, bang zijn dat je je voet verder beschadigt, steeds een nieuwe oplossing zoeken of de klachten proberen weg te krijgen.

De 9 F’s zijn geen aparte oorzaken of diagnoses. Ze laten zien welke gedachten, emoties en gedragingen het gevoel van dreiging kunnen blijven versterken.
Zo kan een vicieuze cirkel ontstaan
Klachten kunnen onzekerheid of angst oproepen. Daardoor ga je er meer op letten, activiteiten vermijden, je lichaam testen of steeds zoeken naar een oplossing. Voor het zenuwstelsel kan dat opnieuw bevestigen dat er iets mis of gevaarlijk is.
Het alarmsysteem blijft daardoor actief en de klachten kunnen sterker worden. Dat zorgt weer voor meer onzekerheid en beschermgedrag. Zo kunnen klachten, onzekerheid, gedrag en het alarmsysteem van het zenuwstelsel elkaar blijven beïnvloeden.

De vicieuze cirkel van klachten.
Het herkennen van deze cirkel kan een belangrijke eerste stap zijn om hem te doorbreken.
Hoe dit er in de praktijk uit kan zien
In haar verhaal op de BreinMedicijn-website beschrijft Gerda van de W zeven jaar waarin zij vanwege voetklachten met krukken liep en een rolstoel gebruikte. Haar klacht werd als peesontsteking aangeduid. Omdat pijn steeds eerder optrad, ging zij steeds minder lopen.
Tijdens het programma herkende zij zich in de TMS-uitleg. Volgens haar eigen verhaal kon zij vervolgens voorzichtig steeds meer doen zonder pijn. Ze schreef later: “Inmiddels kan ik zeggen dat ik alles weer doe”.
Gerda’s ervaring is een ondersteunend voetpijnverhaal, geen bevestigde TTS-casus. Haar verhaal laat zien wat zij zelf heeft meegemaakt; het voorspelt niet hoeveel een ander zal herstellen.
Lees het volledige herstelverhaal van Gerda
Ontdek hoe deze vicieuze cirkel werkt
In de gratis online training van BreinMedicijn leggen we uit hoe een ontregeld zenuwstelsel klachten kan blijven versterken. Je ontdekt welke onderdelen van deze vicieuze cirkel je bij jezelf kunt herkennen. Ook leggen we uit wat je kunt doen om dit patroon te gaan doorbreken.
8.4 Wat laat onderzoek zien en wanneer past BreinMedicijn?
Onderzoek laat zien dat artsen niet alleen hoeven te kijken naar wat de klachten níét verklaart. Ze kunnen ook letten op kenmerken die erop wijzen dat een ontregeld zenuwstelsel een belangrijke rol speelt.
Een ontregeld zenuwstelsel kan aan kenmerken worden herkend
De Amerikaanse internist en onderzoeker Howard Schubiner en zijn collega’s onderzochten 222 mensen met langdurige rug- of nekpijn. Bij iedere deelnemer werd lichamelijk onderzoek gedaan en werden beschikbare scans beoordeeld. Bij 97,7% van de deelnemers was minstens één zichtbare afwijking aan de wervelkolom op de scans te zien.
Toch concludeerden de onderzoekers dat bij 88,3% van de deelnemers die afwijkingen de pijn niet het beste verklaarden. Bij deze mensen pasten andere kenmerken, zoals wisselende of verspreidende pijn en verergering door stress, beter bij een ontregeld zenuwstelsel.
Ook langdurige pijn kan sterk verminderen
Een onderzoek naar Pain Reprocessing Therapy (PRT) volgde 151 volwassenen met langdurige rugpijn waarbij geen lichamelijke oorzaak de pijn voldoende verklaarde. Bij PRT leren mensen om pijnsignalen minder als teken van schade of gevaar te zien en bewegingen weer als veilig te ervaren. De deelnemers hadden gemiddeld ongeveer tien jaar pijn.
Na vier weken was:
- 66% van de PRT-groep pijnvrij of vrijwel pijnvrij;
- 20% van de groep die wist dat zij een nepbehandeling (placebo) kreeg, pijnvrij of vrijwel pijnvrij;
- 10% van de groep met gebruikelijke zorg pijnvrij of vrijwel pijnvrij.
- De verbetering bleef na één jaar grotendeels bestaan.

Pain Reprocessing Therapy: drie groepen in het onderzoek met 151 deelnemers.
Dit onderzoek ging niet over TTS. De percentages kunnen daarom niet rechtstreeks op TTS worden toegepast. Het laat wel zien dat langdurige klachten sterk kunnen verminderen wanneer een ontregeld zenuwstelsel een belangrijke rol speelt en de aanpak daarop gericht is.
Dat sluit aan bij wat we in de praktijk zien bij mensen met TTS-achtige klachten.
Pain Reprocessing Therapy is namelijk één van de methoden die binnen het behandelprogramma van BreinMedicijn wordt gebruikt.
Wanneer past BreinMedicijn?
BreinMedicijn past vooral wanneer je klachten medisch voldoende zijn onderzocht en er aanwijzingen zijn dat een ontregeld zenuwstelsel de klachten veroorzaakt of in stand houdt.
De gratis Tarsaal tunnel syndroom test helpt je te onderzoeken of er bij jouw klachten aanwijzingen zijn voor een ontregeld zenuwstelsel.
Je leert binnen het behandelprogramma onder andere anders reageren op pijn en tintelingen, angst voor beschadiging verminderen, beschermgedrag loslaten en aangeleerde triggers doorbreken.
In hoofdstuk 9 lees je welke vervolgstap in jouw situatie het meest logisch is.
9. Wat is de verstandigste volgende stap?
De beste vervolgstap hangt vooral af van wat je klachten waarschijnlijk verklaart. Daarbij is belangrijk hoe goed tarsaal tunnel syndroom bij je klachten past, hoe goed de zenuw nog werkt en of er aanwijzingen zijn voor een andere oorzaak.
Gebruik de volgende situaties als praktische leidraad:
- Gaan gevoel of kracht duidelijk achteruit? Wordt een deel van je voet blijvend dover, worden voet- of teenspieren duidelijk zwakker of dunner, of kun je je voet steeds minder goed gebruiken? Laat dit dan medisch beoordelen. Toenemende zenuwuitval vraagt om medische aandacht; wacht dan niet op het effect van oefeningen of een pijnprogramma.
- Passen je klachten duidelijk bij TTS en zijn ze mild of stabiel? Dan kunnen bijvoorbeeld aanpassingen aan schoenen, steunzolen, fysiotherapie of een brace worden besproken. Een injectie vraagt een afweging van de beperkte onderzoeksresultaten. Bij blijvende beperkingen of duidelijke zenuwuitval kan een specialist beoordelen of een operatie passend is. In hoofdstuk 5 lees je wat deze behandelingen kunnen opleveren en waar de grenzen van het bewijs liggen.
- Verklaart TTS maar een deel van je klachten of blijven de klachten na behandeling bestaan? Dan is het verstandig opnieuw te kijken naar mogelijke zenuwdruk, een andere zenuw in de voet of hoger in het been, een probleem vanuit de rug, pezen en triggerpoints/spierknopen. Zijn diagnoses, onderzoeksuitslagen en wat er na behandelingen veranderde moeilijk met elkaar te rijmen? Dan kan de 360° Klachtenanalyse helpen om de verschillende mogelijke verklaringen naast elkaar te zetten.
- Zijn er meerdere positieve aanwijzingen voor een ontregeld zenuwstelsel? Dan is het belangrijk ook deze verklaring serieus te nemen. De Tarsaal tunnel syndroom test helpt je onderzoeken of zulke aanwijzingen bij jouw klachten aanwezig zijn. Past dit patroon duidelijk en is er geen betere medische verklaring, dan kan het behandelprogramma van BreinMedicijn een logische vervolgstap zijn.
Ben je al bezig met het herstellen van een ontregeld zenuwstelsel, maar blijft je herstel steken? Dan kan de BreinMedicijn Herstelanalyse helpen om te onderzoeken wat je herstel op dit moment belemmert.
De Herstelanalyse gaat dus over wat herstel belemmert; de 360° Klachtenanalyse richt zich op mogelijke verklaringen voor de klachten.
Blijven je klachten bestaan en past een ontregeld zenuwstelsel bij jouw situatie?
Dan heeft het weinig zin om uitsluitend de pijnlijke plek in de voet te blijven behandelen. Het behandelprogramma van BreinMedicijn richt zich op klachten die door een ontregeld zenuwstelsel worden veroorzaakt of in stand gehouden.
Op de programmapagina vind je ook de mogelijkheid om met de proefversie te starten.
10. Veelgestelde vragen over tarsaal tunnel syndroom
Kan de pijn ook aan de buitenkant van de voet of hoger in de kuit zitten?
Uitstraling kan variëren, maar TTS bij de binnenenkel past vooral bij klachten in de voetzool en tenen. Klachten die voornamelijk elders zitten, vragen om vergelijking met andere voetproblemen of een zenuw hoger in het been. Alleen de plek bewijst of ontkracht TTS niet.
Kan het aan beide voeten voorkomen?
Ja, tweezijdig TTS is mogelijk. Bij klachten aan beide voeten kan een arts daarnaast beoordelen of meerdere zenuwen of een algemene aandoening betrokken zijn. Twee pijnlijke voeten bewijzen op zichzelf geen ontregeld zenuwstelsel.
Gaat tarsaal tunnelsyndroom vanzelf over?
Klachten kunnen verminderen, maar er is geen vaste hersteltijd. Onderzoek naar behandeling zonder operatie laat niet zien hoeveel mensen zonder enige behandeling zouden herstellen. Bij toenemend gevoelsverlies of minder kracht is verder afwachten zonder beoordeling niet verstandig.
Welke oefeningen of fysiotherapie kunnen helpen?
Dat hangt af van je bevindingen en het doel: bijvoorbeeld beter bewegen, kracht ondersteunen of dagelijkse activiteiten hervatten. Er is geen algemeen bewezen oefenrecept dat ieder bevestigd TTS verhelpt. Laat een behandelaar uitleggen waarom een oefening past en welke reactie reden is om aan te passen.
Kan ik blijven wandelen, fietsen, hardlopen of autorijden?
Dat hangt af van je mogelijkheden, het verloop en eventuele hersteladviezen na een operatie. Gebruik geen vaste termijn als enige maatstaf. Autorijden vraagt bijvoorbeeld voldoende controle om de pedalen veilig te bedienen. Nieuwe of toenemende uitval vraagt overleg, niet blind doorgaan met opbouwen.
Wat betekent het als de pijn na een operatie blijft?
Er kan meer herstel nodig zijn, nog druk aanwezig zijn of een andere verklaring meespelen. Laat het verloop en de bevindingen opnieuw beoordelen. Blijvende pijn bewijst niet automatisch dat de operatie verkeerd was, maar evenmin dat TMS de oorzaak moet zijn.
Deze antwoorden sluiten aan op de medische uitleg en onderzoekslimieten hierboven. Ze bieden algemene informatie en vervangen geen beoordeling van jouw persoonlijke situatie.
11. Bronnen
Tarsaal tunnel syndroom: klachten, onderzoek en behandeling
- Johns Hopkins Medicine — patiënteninformatie over tarsaal tunnel syndroom. Anatomie, mogelijke oorzaken en behandelopties.
- MedlinePlus — tarsal tunnel syndrome. Publieksinformatie van de Amerikaanse medische bibliotheek over klachten, onderzoek en zorg.
- AAPM&R, KnowledgeNow — tarsal tunnel syndrome and intrinsic neurologic foot disorders. Professionele uitleg over zenuwproblemen rond de voet.
- Boers en collega’s, 2026 — verschillen in het vaststellen van TTS. Systematische beoordeling van diagnostische werkwijzen.
- Kinoshita en collega’s, 2001 — de dorsiflexie-eversietest. Onderzoek naar een provocatietest in een geselecteerde patiëntengroep.
- Patel en collega’s, 2005 — bewijsbeoordeling van elektrisch zenuwonderzoek. Onderzoek naar de mogelijkheden en beperkingen van zenuwgeleiding en naald-EMG.
- Fantino, 2014 — echografie bij 81 mensen met verdenking op TTS. Beoordeling van zenuw en omliggende structuren.
- MRI-bevindingen bij patiënten met TTS, 2022. Onderzoek in een voor operatie geselecteerde groep.
- Zenuwecho bij 26 klinisch en elektrisch bevestigde voeten, 2026. Kleine patiëntreeks; geen algemene uitsluitende test.
- Bouysset en collega’s, 2026 — resultaten minstens vijf jaar na TTS-behandeling. Terugkijkend onderzoek naar 76 behandelde voeten.
- Atesok en collega’s, 2022 — verloop na echogeleide injecties. Patiëntreeks zonder placebogroep.
Medische beoordeling en herstel
- Thuisarts — verdenking op een trombosebeen.
- Thuisarts — rughernia en signalen waarbij je moet bellen.
- NHS Inform — voet- en teenproblemen. Signalen waarbij je dringend medische hulp moet zoeken.
- North Tees and Hartlepool — nazorg na voetoperaties. Algemene functionele nazorginformatie, geen vast TTS-herstelschema.
Pijn, zenuwstelsel en triggerpoints
- Clarke, Schechter en Schubiner, redactie, 2022. A Diagnostic Guide for Psychophysiologic Disorders. Expertkader: hoofdstuk 2 en de ingang Tarsal Tunnel Syndrome in hoofdstuk 3.
- Clair en Amber Davies, 2014. Handboek triggerpoint-therapie. Hoofdstuk 10: patronen in onderbeen, enkel en voet; geen behandelonderzoek bij bevestigd TTS.
- Botvinick en Cohen, 1998 — rubberen-handillusie. Onderzoek naar lichaamswaarneming.
- Ehrsson en collega’s, 2007 — bedreiging van een als eigen ervaren rubberen hand. Onderzoek naar angst- en beschermingsreacties.
- Schubiner en collega’s, 2024 — beoordeling van primaire rug- en nekpijn. Onderzoekersclassificatie in een kliniekgroep; geen TTS-prevalentie.
- Ashar en collega’s, 2021 — gerandomiseerd PRT-onderzoek bij chronische rugpijn. Behandelonderzoek in een andere patiëntengroep dan bevestigd TTS.
Praktijkervaring en informatie over BreinMedicijn
- Het verhaal van Gerda van de W. Zelfgerapporteerde ervaring met voetklachten, geen wetenschappelijke effectmeting.
- BreinMedicijn-methode. Informatie over de eigen aanpak, niet over een onafhankelijk onderzocht TTS-behandelresultaat.




